Geachte Minister Henk Kamp en leden van de Tweede Kamer (-cc Nam),

Op 22 oktober jl. heb ik aan u en aan de directie van de Nam een aantal vragen gesteld (attachment 1) over de pga waarden (de grondversnelling) die de Nam gaat hanteren bij het verstevigen van duizenden huizen in het aardbevingsgebied, als gevolg van de voorspelde grotere bevingen van 5 op de schaal van Richter (M=5), bij ongewijzigd beleid. Op 14 november jl. heb ik een antwoord van Jaap Guyt, namens de Nam gekregen (attachment 2). Ik ben zeer verontrust door de antwoorden en ik richt mij daarom nogmaals tot u met aanvullende vragen, hoewel de Minister mijn vorige vragen nog niet heeft beantwoord.

Ik heb ook aanvullende vragen over de wijze waarop er tot nu toe is omgegaan met het schadeherstel- en verstevigingsproces. Ik maak me grote zorgen over de wijze waarop het Centrum voor Veilig Wonen vanaf januari haar werkzaamheden zal gaan oppakken. Het ontbreekt vooralsnog aan duidelijke richtlijnen en transparantie. Het centrum moet over anderhalve maand operationeel zijn, maar het oprichten van een centrum is geen garantie voor een transparanter- en beter proces.
Ook heb ik een aantal vragen over de voorlichting en de communicatie door de overheid richting haar burgers aangaande de hele problematiek. Is Groningen voldoende voorgelicht over- en voorbereid op de mogelijke gevolgen van een zwaardere beving?

Graag wil ik mijn ervaringen met u delen, als gedupeerde die al meer dan twee jaar in het schadeherstel- en versterkingsproces met de Nam zit. Ik hoop dat ik met dit schrijven een constructieve bijdrage kan leveren aan het debat over de aardbevingen in Groningen, ondanks het feit dat ik een leek ben in deze ingewikkelde materie.

Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.

Hoogachtend,

drs. Annemarie Heite

Vragen Minister Henk Kamp en Tweede Kamer leden over de gevolgen van de aardgaswinning in Groningen

In Deel I worden vragen gesteld over de pga waarden bij schadeherstel en de versterking van duizenden woningen

In Deel II worden vragen gesteld over het schadeherstel- en versterkingsproces

In Deel III worden vragen gesteld over voorlichting en communicatie door de overheid

Deel I:

PGA waarde bij schadeherstel en het versterken van duizenden woningen

Eind januari 2013 zijn door minister Kamp nieuwe inzichten gepresenteerd rondom aardbevingen als gevolg van gaswinning uit het Groningen-gasveld. Tot dan toe werd er door alle betrokken partijen vanuit gegaan dat de zwaarst mogelijke aardbeving als gevolg van gaswinning 3.9 op de Schaal van Richter (M=3.9) zou zijn. Nieuwe inzichten gaven echter aan dat er zwaardere aardbevingen te verwachten zijn, met 10-15% kans op een M=5.

De NAM heeft ingenieursbureau Arup ingeschakeld voor onderzoek naar preventieve maatregelen ter versterking van gebouwen (attachment 3). Ook het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) komt met een rapport (attachment 4). De Minister heeft het KNMI gevraagd om onderzoek te doen naar de pga’s bij geïnduceerde bevingen zoals deze in Groningen voor komen (attachment 5). Dit voorjaar komt de NEN, om stagnatie te voorkomen, met een interim bouwnorm voor de bouw- en verbouw van woningen in het aardbevingsgebied, totdat de definitieve norm gereed is. (attachment 6).

De Minister heeft zijn beleid gewijzigd en de gaswinning in Loppersum gereduceerd, maar de gaskraan is elders verder open gedraaid en de bevingen lijken ‘op drift’ en zich te verplaatsen in de richting van de stad. Er zijn voorlopig nog geen onderzoeksresultaten en statistieken beschikbaar over de effecten van deze wijziging in het beleid. Er is nog geen pga norm beschikbaar voor het versterken van huizen ten gevolge van de aardbevingsschade. Wat betekent dit voor de duizenden woningen die nu worden versterkt? Welke pga waarde moet er worden gehanteerd en wie bepaalt dat?

Voor zover ik het goed heb begrepen gaat Arup bij een beving van M=5 uit van een pga van 0,49g. Het KNMI van 0,55g. De NEN rekent met 0.42g. Ze gaan allemaal uit van een ‘kerngebied’ rond Loppersum. Van daaruit worden contouren getekend in steeds grotere kringen rond dit kerngebied die steeds lagere pga waardes krijgen. Hierbij valt op te merken dat alleen de NEN een norm betreft, de overige pga’s betreffen waarden, waar aanvullend onderzoek naar wordt gedaan. De Nam geeft in haar antwoord aan dat zolang er nog geen norm voor het verstevigen van woningen is, een pga van 0.26g in de omgeving van Loppersum haar redelijk lijkt. Mij vallen de grote verschillen op, vooral omdat het om logaritmische schalen gaat.

Vragen:

  1. De NAM zegt dat er geen pga normen zijn voor het versterken van gebouwen, maar uitsluitend voor nieuwbouw- en verbouw (NEN). Is dit correct? Zo ja, mag de Nam daarom zelf een norm hanteren die overigens wel heel erg laag lijkt te zijn? Wanneer is de pga norm wel beschikbaar?
  2. Betekent dit dat er een tweedeling ontstaat voor wat betreft de veiligheid voor de inwoners in nieuwe huizen en de inwoners in bestaande huizen?
  3. Betekent dit dat er in het aardbevingsgebied bij de bouw- en verbouwing van bestaande woningen andere regels gelden dan bij de (soms zeer ingrijpende) verbouwingen met als doel de veiligheid vergroten van de bewoners, in het kader van het versterkingssproject van de Nam? Met andere woorden, hoeft de Nam zich hierbij niet aan de NEN norm te houden?
  4. Wat vindt de Minister een aanvaardbare pga waarde voor de duizenden woningen die voordat de onderzoeksresultaten beschikbaar zijn, zullen worden verstevigd?
  5. Houdt de Minister hierbij rekening met het zich mogelijk verplaatsen van de bevingen? Ze lijken zich uit te breiden naar de stad Groningen. Wat betekent dat voor de gehanteerde contouren en zijn deze überhaupt wetenschappelijk onderbouwd?
  6. Hoe kan het dat er gevallen bekend zijn waarbij er bij de analyse voor het versterken van de woning wel een pga waarde van 0.34g (NEN) is gehanteerd? Wat is hier het beleid?
  7. Wat zijn de kosten als uit nieuwe onderzoeksresultaten zou blijken dat de Nam wel met een hogere pga norm moet rekenen? Zij zal dan opnieuw moeten gaan versterken. Wat betekent dat (emotioneel) voor de betrokken gedupeerden?
  8. Waarom wordt er tot de onderzoeksresultaten bekend zijn niet het zekere voor het onzekere genomen en het NEN advies gehanteerd? Het ergste wat er kan gebeuren is dat woningen te erg worden verzwaard, maar daar tegenover staat dat de gedupeerden eindelijk weer een toekomstperspectief hebben en er wellicht zelfs een begin kan worden gemaakt met het belangrijke doel om het vertrouwen te herstellen. Hoe zwaar weegt dit alles voor de Minister?
  9. Uit het antwoord van de Nam blijkt dat zij in Bedum een pga van 0,12g hanteert omdat ze ‘vaart wil maken en zoveel mogelijk woningen wil versterken’ (attachment 2). Een nobel streven, waar ik alle respect voor heb. Het roept bij mij wel de vraag op of er dus een capaciteitsprobleem is bij het hanteren van de NEN norm? Als bouwend Noord Nederland de klus niet aan kan, dan staan er vast genoeg andere bouwbedrijven te trappelen, zo nodig zelfs van buiten onze landsgrenzen. Het is duidelijk dat deze operatie vergelijkbaar is met de Delta werken, dus waarom daar niet voortvarend op anticiperen? Het vergelijk met de bouw van de RWE centrale in de Eemshaven dringt zich op: Daar waren duizenden binnen- en buitenlandse werknemers aan het werk om de klus te klaren. Een win-win situatie lijkt mij.

Deel II

Schadeherstel en versterkingsproces

Er is geconstateerd dat er zaken niet goed zijn gegaan bij de aanpak van het schadeherstel aan- en het versterken van woningen. Burgemeester Roodenboog (Loppersum) gaf tijdens een bijeenkomst met bewoners en de Nam donderdag 13 november jl. aan dat men ‘het liefst in een keer schadeherstel-, versterking- en verduurzaming van woningen had willen combineren, maar dat dit in de praktijk niet mogelijk bleek door de enorme toename van het aantal schademeldingen’. Hierdoor zijn schrijnende situaties ontstaan, waar wij als gedupeerden dagelijks mee worden geconfronteerd. Zie bijvoorbeeld het artikel over de familie Mulder uit Stedum in het DvhN van afgelopen week, die al jaren in de ellende zitten: een voor mij zeer herkenbaar verhaal! Maar ook in het geval van mijn directe buren, de familie Meulema, wiens schuur is ingestort en die ik probeer zo goed mogelijk te ondersteunen, word ik dagelijks geconfronteerd met het onvermogen van partijen met ongetwijfeld de beste bedoelingen. De Nam heeft bijvoorbeeld tot op het moment van dit schrijven concreet nog geen enkele steun gegeven voor de dubbele vaste lasten van de familie, ondanks een concrete toezegging en vele mailwisselingen. Het gesprek hierover heeft eind augustus plaats gevonden en hun schuur is half mei ingestort. Er ligt sindsdien 11 ton asbest in een open veld waar kinderen dagelijks spelen en de familie zit zowel emotioneel als financieel volledig aan de grond.

Omdat er vanaf januari een nog veel grotere operatie van start gaat, lijkt het mij dringend noodzakelijk dat de Minister richtlijnen stelt bij de aanpak van het schadeherstel- en de versterking van woningen. De Minister heeft toegezegd dat alle schades zullen worden vergoed, maar in de praktijk verzandt dit voornemen in discussies over wat de schade nu precies is. Ik constateer net als onze CvdK Max van den Berg dat de Nam hier niet bepaald ruimhartig mee om gaat, terwijl de gedupeerden niet om deze ellende hebben gevraagd. Met richtlijnen wordt voor alle betrokken partijen duidelijk wat hun rechten en plichten zijn en hebben gedupeerden daadwerkelijk een ‘onderhandelingspositie’ tegenover de Nam. Dat vereist voor alle partijen transparantie en inzicht in de wijze waarop er tot nu toe is omgegaan met dossiers, gedupeerden, bureaus en contra experts. Ter illustratie wil ik hier een paar voorbeelden noemen. Zo is er een familie die voor 900.000€ is uitgekocht, een bedrag dat veel hoger zou zijn dan de hypotheek, terwijl een andere familie naar verluid 35% onder de WOZ waarde is uitgekocht zodat ze nog net hun hypotheek konden aflossen en ze naar een huurhuis moesten vertrekken. Weer een ander geval zou met een enorme restschuld achter blijven, als ze zou ingaan op het voorstel van de Nam, ze woont al weer maanden in een ‘woonunit’ naast haar onbewoonbare huis en een oplossing lijkt verder weg dan ooit. Hoewel het werkelijke inzicht ontbreekt, geeft dit alles bij veel omwonenden en gedupeerden het gevoel van onrechtvaardigheid en volstrekte willekeur.

Vragen:

  1. Wat is de richtlijn van de Minister bij het opkopen van woningen?
  2. Kan de Minister inzicht geven, uiteraard met bescherming van persoonsgegevens, hoeveel woningen door de Nam zijn geruimd, onder welke voorwaarden dat is gebeurd en wat daarbij de richtlijnen zijn geweest?
  3. Is de Minister bereid om waar nodig, met terug werkende kracht, op basis van deze richtlijn alle gedupeerden dezelfde behandeling te geven, uiteraard rekening houdend met het feit dat elke situatie anders is?
  4. Wat is de richtlijn bij de discussie over het wel of niet gaan versterken? De kosten-baten, de taxatie-verkoopwaarde, de WOZ waarde, of de verzekerde-herbouwwaarde van het onroerend goed, al dan niet incl. de grondprijs? Houdt de Minister hierbij rekening met het feit dat de bevingen mede door toedoen van de overheid zijn ontstaan, zodat ze niet vergelijkbaar zijn met ‘natuurlijke’ (tektonische) bevingen? Houdt de Minister rekening met het feit dat de gedupeerden niet om deze ellende hebben gevraagd, dat ze soms hun huis helemaal niet willen verlaten, er niet altijd een vergelijkbaar alternatief is en dat ze vaak gebukt gaan onder grote emotionele druk van voortdurende onzekerheid en onveiligheid?
  5. Vindt de Minister het redelijk en aanvaardbaar dat huizen nu niet worden versterkt door de NAM, terwijl de plannen klaarliggen, omdat de kosten van deze versterking volgens de NAM boven de dagwaarde van de opstal komen? Vindt de minister het redelijk dat de inwoners vervolgens wordt aangeboden om tot sloop over te gaan, de dagwaarde van het huis wordt geboden, waarbij ze met een restschuld blijven zitten?
  6. Kan de Minister inzicht geven in welke richtlijn hij acceptabel vindt voor de inzet van contra experts? Vindt de Minister het redelijk dat complexe dossiers, die soms al jaren slepen en waar de Nam en Arcadis ‘de deur hebben platgelopen’, door een contra expert in 5-10 uur moeten worden afgehandeld? Wie bepaalt deze richtlijn en hoe kan het dat schijnbaar de ene contra expert 10.000€ mag schrijven voor zijn dienstverlening, terwijl een andere het binnen de norm van 5-10 uur moet doen?
  7. Kan de Minister aan geven hoeveel geld er naar alle bureaus (zoals Arcadis), de Dialoogtafel, de GBB, de contra experts en de gedupeerden is gegaan? Vindt de Minister de verhouding redelijk?
  8. Vindt de Minister dat hij verantwoordelijk is voor het toezien op een ordentelijk schadeafhandelingsproces? Wat vindt de Minister hierbij acceptabele doorlooptijden? Een jaar? Twee jaar? Langer? Wat vindt hij acceptabel voor het beantwoorden van mails en telefoontjes door de Nam richting gedupeerden? Vindt hij dat er gespreksverslagen moeten worden gemaakt van overleggen tussen Nam en gedupeerden zodat alle partijen duidelijkheid hebben over de gemaakte afspraken? Vindt hij dat de Nam zich hier ook aan moet houden?
  9. Hoe zorgt de Minister er voor dat alle ‘lesgeld’ dat tot nu toe is betaald in het schadeafhandelingsproces, wordt verzilverd in het Centrum voor Veilig Wonen? Wat doet hij met het advies en het onderzoek van de vereniging Eigen Huis, die de nieuwe aanpak bestempelt als ‘oude wijn in nieuwe zakken’?

Deel III

Voorlichting en Communicatie

Hebben de bewoners van Groningen voldoende inzicht in dat wat ze mogelijk allemaal boven het hoofd hangt? Zijn ze voldoende voorbereid op de gevolgen van zwaardere bevingen? Hieronder volgen een paar statistieken om een en ander te verduidelijken:

De minister heeft voor de komende 3 jaar een maximale beving van M=4.1 voorspeld met een maximale pga van 0.12g, met een overschrijdingskans van 10%. In het rapport van het SodM (attachment 4), staat een grafiek die congruent is aan deze uitspraak. In attachment 7 is deze grafiek verder ‘uitgewerkt’. Uit dezelfde grafiek zijn ook andere gegevens af te leiden. Zo blijkt voor de komende 8 jaar (2023) dat er een kans is van 4,5% op een maximale pga van 0.49g. Bij een voorzichtige gemiddelde schatting van 100 aardbevingen per jaar, is er dus een statistische verwachting van 36 aardbevingen met een pga van 0.49g.

Verder volgt uit het Arup rapport (attachment 3, blz. 36) dat er bij een pga van 0.49g ruim 50% kans is dat gemetselde woningen van voor 1920 instorten en 17% van de gemetselde gebouwen gebouwd tussen 1920 en 1960.

Bij één enkele beving met een pga van 0.49g in Huizinge voorspelt Arup: 1284 instortingen, met een kans is op 118 doden (attachment 8). Nu de aardbevingen zich naar het zuiden lijken te bewegen en de stad betrokken raakt, zullen deze getallen mogelijk nog veel verder oplopen.

Het huidige tempo van het versterken van gebouwen, als ook de waarde van 0.12g die de NAM daarbij in Bedum stelt, lijkt bij al deze statistieken geen recht te doen aan de ernst van het probleem.

Ook het SodM heeft bij ongewijzigd beleid dat wat ons mogelijk te wachten staat vergeleken met een ernstige chemische ramp of overstroming. Er wordt ook door hen rekening gehouden met veel instortingen en doden. De minister heeft de gaswinning in Loppersum verminderd, maar de productie in Slochteren opgeschaald. Wat betekent dat voor bovenstaande statistieken?

Vragen:

  1. Wat heeft de Minister gedaan aan voorlichting en communicatie richting de inwoners van de kwetsbare gebieden en wordt dit gebied uitgebreid nu de bevingen ook de stad hebben bereikt? Zijn de inwoners, net als in andere aardbevingsgebieden heel gebruikelijk is, voldoende geïnformeerd en weten zij wat ze moeten doen bij een zware beving?
  2. Zijn er aanvullende rampen- en evacuatieplannen gemaakt en in hoeverre zijn scholen en andere kwetsbare ‘groepen’ daarbij betrokken?
  3. Wat is er gebeurd op het gebied van onderzoek naar kwetsbare gebouwen, waar veel mensen/kinderen samen komen, waarbij ook de eigen frequentie van deze gebouwen is meegenomen?
  4. Wat is de visie vanuit Europa (Europese verdrag voor de Rechten van de Mens) inzake de veiligheid van de bewoners in Groningen?